Skip to content
Beeld voor Tussen Twee Werelden
Abstracte editoriale illustratie: twee velden gescheiden door een naad, met horizonnen op verschillende hoogte.
Abstracte editoriale illustratie: de naad verder naar rechts, de horizonnen dichter bij elkaar.
Abstracte editoriale illustratie: de naad het verst naar rechts, met het linkerveld het grootst.

Onderwijs

Tussen twee werelden

Wie tussen twee systemen staat, kiest niet. Hij draagt allebei, en dat is zwaarder dan kiezen.

Author
admin
Published

Leerlingen met twee talen, twee culturen of twee huizen leren vroeg om te schakelen. Dat is een vaardigheid, en het is ook een last die zelden erkend wordt.

Niet kiezen, maar dragen

De vraag is niet waar iemand bij hoort. De vraag is of beide plekken bestaansrecht hebben in hetzelfde gesprek. Zodra dat zo is, hoeft er niets meer gekozen te worden.

Scholen die dit begrijpen, verliezen minder leerlingen onderweg.

Schakelen is werk

Wie tussen twee werelden opgroeit, leert vroeg schakelen: van taal, van toon, van wat er verwacht wordt. Van buitenaf lijkt dat een talent, en dat is het ook. Wat minder gezien wordt, is dat het voortdurend energie kost.

Een leerling die thuis in de ene taal denkt en op school in de andere, is op dinsdagmiddag niet minder slim dan op maandagochtend. Hij is moe van iets wat niemand meetelt.

Waar goedbedoelde gesprekken vastlopen

In mentorgesprekken gaat het vaak over kiezen: waar voel je je het meest thuis, wat past het beste bij jou. De vraag is warm bedoeld en zet de leerling klem, want kiezen betekent hier iets opgeven, en wat opgegeven wordt zijn zelden gewoontes. Het zijn mensen.

Wat er dan gebeurt is voorspelbaar: de leerling geeft het antwoord waarvan hij denkt dat de school het wil horen, en het gesprek eindigt tevreden zonder dat er iets is opgelost. De volgende keer is hij een beetje minder open dan daarvoor.

Wat scholen kunnen doen

Niet veel meer dan de plek erkennen. Een mentor die weet dat er thuis een andere ordening geldt, hoeft die niet te begrijpen om er rekening mee te houden. Het is vaak voldoende om niet te doen alsof er maar één wereld is.

Dat klinkt klein en het heeft groot effect. Leerlingen die merken dat hun tweede wereld niet ontkend wordt, hoeven hem niet te verdedigen, en dat scheelt precies de energie die ze voor het leren nodig hebben.

Ook buiten het onderwijs

Hetzelfde geldt voor volwassenen. Iemand die de eerste in zijn familie is met een bepaalde functie, staat tussen twee ordeningen in. De taal op het werk is niet de taal thuis, en succes op de ene plek kan afstand scheppen op de andere.

Mensen ervaren dat vaak als een persoonlijk tekort: ik hoor er nergens helemaal bij. Het is zelden een tekort. Het is de prijs van een positie waar niemand hen op voorbereid heeft.

De drempel als plek

Wij behandelen de drempel niet als een probleem dat overgestoken moet worden. Het is een plek waar mensen langere tijd kunnen staan, en waar iets te leren valt dat aan beide kanten niet te leren is.

Wat daar nodig is, is erkenning van beide kanten en van de afstand ertussen. Niet een brug die doet alsof de afstand er niet is. Wie de afstand serieus neemt, maakt hem draagbaar. Wie hem wegpoetst, laat de ander alleen met iets wat hij dagelijks voelt.

De tolk zijn

Kinderen die tussen twee werelden staan, worden vaak tolk: letterlijk bij een gesprek op school, of figuurlijk in het uitleggen van de ene wereld aan de andere. Het is een positie met aanzien en het is een zware plek, want een tolk moet beide kanten begrijpen en mag zelf niets vinden.

Waar dat te lang duurt, raakt een kind gewend aan het beheren van andermans verhoudingen. Dat is een vaardigheid die later goed van pas komt en die ook maakt dat iemand moeilijk kan zeggen wat hij zelf nodig heeft.

Twee ordeningen, niet twee helften

Mensen beschrijven dit vaak als half-half: half hier, half daar. Dat beeld klopt niet en het maakt het zwaarder dan nodig, want het suggereert dat er iets ontbreekt aan beide kanten.

Wat er werkelijk is, zijn twee volledige ordeningen die verschillende dingen van iemand vragen. Wie dat zo ziet, hoeft niets meer bij elkaar op te tellen. Er is geen tekort te compenseren; er zijn twee plekken, en de kunst is om op beide aanwezig te kunnen zijn zonder de ander te verraden.

Wat wij hierin doen

Wij werken zelden met het kind alleen. De plek waar de spanning zit, ligt tussen de systemen in, en die is er ook wanneer het kind de kamer uit is. Daarom zitten er bij ons vaker leraren en ouders aan tafel dan leerlingen.

Wat daar nodig is, is bescheiden: dat beide kanten erkennen dat de ander bestaat en iets bijdraagt. Dat hoeft niet uit te lopen op vriendschap of op overeenstemming. Het is genoeg dat het kind niet langer degene is die de twee werelden in zijn eentje bij elkaar moet houden.