MINDER IN DE VERPAKKING. MEER OP DE BON.
Meer betalen. Minder in de verpakking. En morgen toch weer hetzelfde karretje vullen. Over krimpflatie, koopgedrag en wat er bij ETEN. werkelijk op het boodschappenlijstje staat.
Nu met nóg minder inhoud.
Het boodschappenkarretje. Ooit was dat een tamelijk eenvoudig concept.
Je pakte een karretje, gooide er eten in, rekende af en ging naar huis.
Tegenwoordig is het vooral een rijdend financieel overzicht
van alles wat er sinds de pandemie met je koopkracht is gebeurd.
Brood. Kaas. Koffie. Groente. Boter. Vlees.
Een paar huishoudelijke dingen.
€83,47.
Pardon?
Heb ik per ongeluk die vakkenvuller erbij gekocht?
Nee hoor. Gewoon boodschappen.
Eerst werden de prijzen hoger.
Dat konden we natuurlijk allemaal uitstekend verklaren.
Corona. Personeelstekorten. Transport. Energie. Oekraïne.
Grondstoffen. Inflatie. Droogte. Natte zomers.
Te droge zomers. Te natte winters.
Een containerschip dat ergens scheef lag.
Voor ieder dubbeltje prijsverhoging was er wel ergens op aarde
een plausibel probleem te vinden.
En begrijp me niet verkeerd: veel van die kostenstijgingen waren reëel.
Alleen heeft een prijskaartje een bijzonder interessante eigenschap.
Het kan uitstekend omhoog.
Naar beneden blijkt technisch aanzienlijk ingewikkelder.
De ACM onderzoekt
hoe die boodschappenprijzen tot stand komen.
Onder meer de prijsverschillen met omringende landen
en de winstmarges van leveranciers en supermarkten worden bekeken.
De resultaten worden naar verwachting eind 2026 gepubliceerd.
Kennelijk is de vraag waarom wij eigenlijk betalen wat wij betalen
inmiddels interessant genoeg voor de toezichthouder
om er eens serieus in te duiken.
Gezellig. Doe in de tussentijd maar een Bonuskaart.
En toen werd de verpakking kleiner.
Dat was de volgende innovatie.
Niet goedkoper maken. Nee joh. Minder erin doen.
Zak chips iets kleiner. Fles iets kleiner.
Pak iets kleiner. Portie iets kleiner.
Prijs? Die had het kennelijk niet gehoord.
Die bleef gewoon zitten.
Of ging gezellig nog een stukje omhoog.
Dat noemen we krimpflatie.
Klinkt een stuk vriendelijker dan:
je betaalt hetzelfde voor minder.
De Consumentenbond vond in 2026 opnieuw tientallen voorbeelden.
Krimpflatie kwam volgens dat onderzoek minder vaak voor dan enkele jaren
geleden, maar was nog lang niet verdwenen.
Bij de gevonden producten nam de inhoud af
zonder dat de prijs evenredig daalde.
Prachtig systeem.
Je betaalt per gram meer. Je krijgt minder.
En ergens ligt ongetwijfeld een PowerPointpresentatie
waarin wordt uitgelegd waarom dit uiteindelijk vooral heel prettig voor jou is.
Want blijkbaar wilde de consument dit zelf.
Dat is misschien nog wel mijn favoriete onderdeel.
Fabrikanten noemen in datzelfde onderzoek onder meer
veranderende wensen van consumenten en supermarkten
als verklaring voor kleinere verpakkingen.
Natuurlijk. Wij wilden dit.
Ik zie die focusgroep al voor me.
‘Wat zou u graag anders zien aan dit product?’
‘Nou, ik zat zelf te denken: kunnen jullie er misschien
vijftien procent minder in doen en mij ongeveer hetzelfde laten betalen?’‘Uitstekend idee, mevrouw.’
‘En kan die verpakking er dan ongeveer hetzelfde uitzien,
zodat ik het niet onmiddellijk merk?’‘U begrijpt onze klantbehoefte uitstekend.’
Misschien kunnen we de volgende auto ook leveren met drie wielen.
Consumenten gaven aan behoefte te hebben aan
een compactere rijervaring.
En dan hebben we de supermarkt nog.
Die bevindt zich op een werkelijk schitterende plek.
Aan de ene kant de leverancier. Aan de andere kant jij.
Bij de leverancier moet iedere cent eruit onderhandeld worden.
Scherpere inkoop. Betere voorwaarden. Actiebijdragen.
Schapruimte. Volume. Logistiek.
En aan jouw kant staat vervolgens zo’n geel bordje.
Stel je voor: eerst kocht je één exemplaar voor €2,89.
Nu staat er:
2 VOOR €7,00.
Maar kijk eens wat een voordeel.
Je moet er alleen twee kopen.
Supermarkten zijn overigens niet allemaal even duur.
In een prijspeiling van juni 2026
vergeleek de Consumentenbond 131 budgetboodschappen.
Bij de goedkoopste ketens lag de prijs van dat mandje
gemiddeld negen procent onder het gemiddelde van de onderzochte supermarkten.
Dus vergelijken loont.
Wat op zichzelf al een prachtige constatering is
voor een markt die ons jarenlang heeft geleerd
dat we vooral gemak moesten kopen.
En dan Frits.
Nu we het toch over boodschappen, geld en bewustzijn hebben.
Voormalig Jumbo-topman Frits van Eerd werd op 7 augustus 2025
door de rechtbank
veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf
wegens omkoping, valsheid in geschrifte en witwassen.
Volgens de rechtbank werd in zijn woning en werkplaats
ruim €448.000 aan contanten aangetroffen.
Een deel lag in een Jumbo-tas in een koelkast.
Van Eerd betwist de beschuldigingen en is in hoger beroep gegaan.
Op 14 oktober 2026 besloot het hof tot aanvullend onderzoek.
De veroordeling is dus nog niet onherroepelijk.
Voor de zuiverheid: dit is zijn persoonlijke strafzaak.
Geen bewijs dat Jumbo als supermarktorganisatie witwaste.
Jumbo zegt zelf geen partij in die strafzaak te zijn
en stelt dat eerder onafhankelijk onderzoek
geen strafbare feiten binnen het bedrijf heeft vastgesteld.
Maar de symboliek is natuurlijk bijna te mooi om te laten liggen.
Wij staan bij de zelfscankassa braaf een vergeten zakje van €1,39
alsnog te scannen.
En bij een voormalig supermarktbestuurder
lag een deel van het aangetroffen geld in een koelkast.
Ook vers.
Maar nu even niet naar hen.
Want daar wordt het interessanter.
Het is namelijk ontzettend makkelijk om een blog te schrijven
over de grote boze voedselindustrie.
Graaiers! Multinationals! Supermarkten! Aandeelhouders!
En vervolgens morgen gewoon hetzelfde karretje
door dezelfde winkel te duwen.
Dezelfde producten erin. Dezelfde merken.
Dezelfde aanbiedingen. Hetzelfde gemak.
Pinnen. Naar huis.
Want bewustzijn is natuurlijk fantastisch
zolang het niet betekent dat we zelf iets anders moeten gaan doen.
Niet iedereen heeft dezelfde keuzevrijheid.
Tijd, geld en welke winkels je kunt bereiken doen ertoe.
Maar waar die ruimte er wél is,
wordt de vraag ineens behoorlijk persoonlijk.
Waar ligt jouw grens?
Niet: wanneer zég je dat iets te duur is?
Dat kunnen we allemaal.
Wanneer koop je het niet meer?
Wanneer leg je dat pak terug?
Wanneer kies je een lokale producent?
Wanneer ga je naar de markt?
Wanneer vergelijk je prijzen?
Wanneer accepteer je niet langer dat een verpakking kleiner wordt
terwijl de prijs hetzelfde blijft?
Wanneer vraag je jezelf af welk bedrijf je met iedere euro
die je uitgeeft eigenlijk ondersteunt?
Je kassabon is namelijk óók een stemformulier.
Alleen krijg je hem iedere dag.
En hoe draag jij eigenlijk bij?
We verwachten nogal wat van ‘de maatschappij’.
Bedrijven moeten maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Supermarkten moeten eerlijk zijn.
Producenten moeten duurzaam zijn.
Werkgevers moeten sociaal zijn.
De overheid moet betrouwbaar zijn.
Banken moeten deugen.
Iedereen moet bijdragen. Prima.
En jij?
Waar draag jij aan bij?
Met je geld. Met je werk. Met je gedrag.
Met je keuzes. Met je aandacht.
Met de bedrijven die je beloont.
Met de dingen waarover je klaagt,
maar die je vervolgens toch blijft kopen.
Maatschappelijke verandering vraagt óók om regels
en verantwoordelijkheid van bedrijven.
Maar een klein stukje ervan kan gewoon beginnen
wanneer jij voor een schap staat en denkt:
Nee. Dit doe ik niet meer.
Dat heet bewustzijn.
Niet drie uur naar een podcast luisteren over hoe bewust je bent.
Maar zien wat er om je heen gebeurt.
Onderzoeken wat je ervan vindt.
Voelen waar je grens ligt.
En vervolgens je gedrag daarmee in overeenstemming brengen.
Dat laatste is meestal het vervelendste gedeelte.
Want zodra je werkelijk bewust wordt van je omgeving,
kom je vroeg of laat bij jezelf terecht.
Waarom accepteer ik dit eigenlijk?
Waar stel ik mijn grens?
Waar laat ik gemak winnen van principes?
Waar klaag ik over iets waaraan ik zelf iedere dag geld geef?
En op welke manier draag ík mijn steentje bij
aan de maatschappij waar ik zo graag een mening over heb?
Ai. Daar zijn we weer. Bij jezelf.
Ieder nadeel heeft zijn voordeel.
En als die boodschappen dan toch duurder worden,
kunnen we er misschien eindelijk eens ons voordeel mee doen.
Laat die chips lekker liggen.
Net als die koekjes, snoep, alcohol, frisdrank en diepvriespizza
die eigenlijk helemaal niet op je lijstje stonden.
Niet omdat een voedingsgoeroe op Instagram heeft bedacht
dat je voortaan moet ontbijten met chiazaad en lauwwarm citroenwater.
Maar omdat een peperdure zak lucht met wat aardappelschijfjes
misschien precies de grens is die we nodig hadden.
Krimpflatie als ongevraagde leefstijlcoach.
Minder inhoud voor meer geld?
Prima. Dan nemen we voortaan gewoon nul gram.
Scheelt nóg meer.
En mocht je nu denken dat ETEN. dus een workshop wordt
waarin ik je ga vertellen wat je wel en niet in je mond mag stoppen:
jammer-de-bammer, tevens helaas-pindakaas.
Daar hebben we diëtisten, voedingsapps
en de achterkant van de verpakking al voor.
Bij ETEN. interesseert me een veel vervelendere vraag:
Waarom stop je het erin?
Waarom die zak leeg moet.
Waarom eten beloont, troost, verdooft, vult of ontspant.
Waarom je precies weet wat je beter kunt laten staan
en het tóch in je karretje legt.
Dáár gaan we winkelen.
Niet in je supermarkt, maar in jezelf.
ETEN.
Trek gekregen?

Foto: Atlantic Ambience / Pexels.