Skip to content
ZEGNOOITNOOIT. / VERHALEN EEN ANDER PERSPECTIEF.
VERHALEN DIE SCHUREN

DE BERG OP. JEZELF VOORBIJ?

Je fietst voor een ander. Je zamelt geld in. Je blijft sterk. Maar wie kijkt er ondertussen naar jou? Over Alpe d’HuZes, verlies en de vraag wanneer doorzetten ongemerkt verandert in jezelf voorbijlopen.

LEES HET VERHAAL

Je fietst voor een ander. Wie zorgt er ondertussen voor jou?

Je traint maanden. Je haalt geld op. Je plakt een naam op je fiets. En vervolgens fiets je een berg op terwijl je benen voorstellen om de rest van de dag op een terras door te brengen.

Je denkt aan degene voor wie je dit doet.

Boven zijn er tranen. Omhelzingen. Foto’s. Misschien een biertje. Misschien vooral even stilte.

Alpe d’HuZes brengt mensen samen rond ziekte, herinnering en hoop. Het ingezamelde geld gaat via het Alpe d’HuZes/KWF-fonds naar kankeronderzoek en initiatieven die de kwaliteit van leven van mensen met kanker verbeteren. Dat verdient waardering.

Maar tussen alle aandacht voor degene op je shirt en het bedrag op je actiepagina loopt nog iemand rond.

Jij.

Hoe gaat het met degene onder dat wielershirt?

Wanneer iemand ernstig ziek wordt of overlijdt, valt er van alles te regelen.

Bezoeken. Bellen. Rijden. Zorgen. Opvangen. De administratie. De uitvaart. En daarna vooral proberen om het leven weer enigszins aan de praat te krijgen.

Iemand wordt de sterke. Iemand houdt iedereen op de hoogte. Iemand regelt alles. Iemand zegt voortdurend:

‘Met mij gaat het wel.’

Dat is handig.

Voor de rest.

Maar wat betekent dat eigenlijk, het gaat wel?

Dat je nog functioneert? Dat de boodschappen gedaan zijn? Dat niemand zich ook nog zorgen over jou hoeft te maken?

Druk zijn kan een bijzonder overtuigende indruk van herstel geven.

Zelfs aan jezelf.

De berg vraagt alleen of je nog kunt trappen

Een berg is overzichtelijk.

Hij heeft een begin. Een route. Een top. Je kunt zien hoeveel kilometer je nog moet. Je fietscomputer weet precies hoe hard je gaat en hoe beroerd je hartslag ervoor staat.

Verdriet is aanzienlijk slechter georganiseerd.

Geen routebestand. Geen verzorgingspost na zeven kilometer. Geen vrijwilliger die roept dat je er bijna bent.

Dus kan het prettig zijn om iets te dóén.

Trainen. Organiseren. Geld ophalen. Fietsen.

Dat kan steun geven. Verbinding. Ruimte om te herinneren. Misschien kun je juist op die fiets eindelijk huilen.

Maar je kunt jezelf ook een vraag stellen:

Kan ik nog stilstaan wanneer er even niets te regelen valt?

Wat gebeurt er als de fiets in de schuur staat? Als iedereen weer thuis is? Als niemand meer vraagt hoeveel je hebt opgehaald?

Hoe gaat het dan?

Opgeven is geen optie. En stoppen?

Doorzetten wordt gewaardeerd.

Sterk zijn ook.

Altijd beschikbaar? Wat een geweldig mens. Alles opvangen? Wat een kanjer. Nooit iets voor jezelf vragen? Daar kunnen anderen nog een voorbeeld aan nemen.

Dat laatste doen ze dan ook graag.

Door jou nog iets te vragen.

En ondertussen weet jij misschien nauwelijks meer waar helpen ophoudt en jezelf vergeten begint.

Kun je nee zeggen zonder je schuldig te voelen? Kun je verdriet hebben zonder het onmiddellijk nuttig te maken? Mag iemand anders eens iets dragen?

Of heb je ergens geleerd dat jouw plek vooral veilig is zolang jij voor de rest zorgt?

Een compliment is prettig. Het vertelt je alleen niet of iets nog goed voor je is.

Wat gebeurt er binnen de familie?

Ziekte en verlies kunnen ook de verhoudingen veranderen.

De dochter die alles regelt. De broer die nauwelijks iets zegt. De partner die overeind blijft omdat er kinderen zijn. Degene die boos wordt. Degene die iedereen probeert te begrijpen en zelf nergens terechtkan.

Soms herken je daarin iets wat al veel langer speelt.

Je was altijd al de bemiddelaar. Altijd al verantwoordelijk. Altijd degene die aanvoelde wanneer het thuis niet goed ging.

Dan is het de moeite waard om te onderzoeken welke rol je nu inneemt.

Kies je daarvoor? Past die nog? Of doe je wat je al zo lang doet dat het inmiddels voelt alsof je niet anders kunt?

‘Zo ben ik nu eenmaal.’

Misschien.

Maar misschien heb je ook nooit veel gelegenheid gehad om iets anders te proberen.

Geen familieverklaring voor kanker

Er is geen bewijs dat onverwerkte emoties kanker veroorzaken. Een patiënt heeft geen familiegeschiedenis op te lossen om zijn ziekte te verdienen, te verklaren of te overwinnen.

Een familieopstelling stelt geen medische diagnose en behandelt geen kanker.

Wat je wél kunt onderzoeken, is wat ziekte en verlies met jou doen. Hoe je ermee omgaat. Welke verantwoordelijkheid je op je neemt. Wat je uitspreekt en wat je al jaren inslikt.

Daar gaat deze vraag over:

Wat vertelt mijn gedrag over wat ik nodig heb?

Misschien heb je steun nodig. Rust. Een gesprek waarin jij eens niet degene bent die de ander overeind houdt.

Misschien wil je gewoon vertellen dat je iemand verschrikkelijk mist.

Zonder daar eerst een prestatie tegenover te zetten.

SYMPTOOM.

Bij SYMPTOOM. onderzoeken we gedrag en patronen waar je in vastloopt.

Altijd zorgen. Altijd doorgaan. Moeilijk kunnen ontvangen. Je verantwoordelijk voelen voor iedereen, ook wanneer niemand je daarom heeft gevraagd.

We kijken naar concrete situaties. Wat gebeurt er? Welke plek neem jij in? Wat houd je vol? En wat kost je dat?

Je hoeft daarvoor je inzet voor een ander niet verdacht te maken.

Je mag iemand missen. Je mag geld inzamelen. Je mag die berg volgend jaar opnieuw beklimmen.

Je mag alleen zelf ook meetellen.

Dus fiets gerust voor degene wiens naam op je shirt staat.

Maar vraag af en toe ook hoe het gaat met degene die erin zit.

SYMPTOOM.

Ook stilstaan vraagt soms behoorlijk wat lef.