Skip to content
ZEGNOOITNOOIT. / VERHALEN EEN ANDER PERSPECTIEF.
VERHALEN DIE SCHUREN

HANDY(G)

Je zoekt een relatie, maar je telefoon ligt telkens tussen jou en de ander. Over swipen, afleiding en wat er gebeurt wanneer iemand werkelijk dichtbij komt.

LEES HET VERHAAL

Misschien ligt het inderdaad aan je telefoon dat je nog single bent.

Je wilt een relatie. Een echte. Met een human being.
Iemand met armen, benen, een mening, slechte gewoontes en de hinderlijke
eigenschap dat hij niet onmiddellijk verdwijnt wanneer je naar links swipet.

Mooi streven. Alleen jammer dat je ondertussen al een behoorlijk serieuze
relatie hebt. Met je telefoon.

Jullie staan samen op, gaan samen naar bed, zitten samen op de bank
en zelfs naar het toilet mag hij mee. Je kent zijn toegangscode uit je hoofd,
raakt lichtelijk in paniek wanneer hij nog maar 12% energie heeft
en wanneer hij drie minuten spoorloos is, keer je ongeveer het halve huis
binnenstebuiten.

Als je dát eens voor een mens zou voelen.

Contact maken schijnt tegenwoordig een kunst te zijn.
Dat snap ik ook wel. Probeer maar eens oogcontact te maken met iemand
die permanent onder een hoek van 37 graden naar beneden kijkt.

We lopen door stations, winkelstraten, sportscholen, restaurants en vliegvelden
met dat apparaat aan onze rechterhand gekleefd alsof Apple inmiddels
een extra lichaamsdeel heeft laten evolueren.

Overal mensen. Duizenden potentiële ontmoetingen.
Alleen zien we ze niet, want ergens in Californië heeft iemand besloten
dat een rood bolletje met het cijfer 1
op dit moment belangrijker is.

En als we ons dan verloren voelen, pakken we natuurlijk de telefoon.
Even kijken of iemand ons zoekt. Niemand? Nog een keer kijken.
Instagram. WhatsApp. Mail. Nieuws. Weer. Tinder. LinkedIn.

Terug naar WhatsApp, want in de tussenliggende 43 seconden kan natuurlijk
van alles gebeurd zijn. En inderdaad: niks.
Dus openen we Instagram opnieuw.

Een prachtige relatie eigenlijk.
Hij stelt nooit lastige vragen en je hoeft hem alleen maar regelmatig op te laden.

En toen kreeg je eindelijk een date.

Kijk aan. Een mens. In 3D.
Niet eens gegenereerd door AI.

Je zit tegenover elkaar. Telefoon keurig omgekeerd op tafel,
want we hebben manieren. Alleen al het feit dat hij daar ligt
zegt natuurlijk voldoende:
je andere relatie mocht gewoon mee.

Pling.
Niet kijken.

Pling.
Ook niet kijken.

God, wat ben jij aanwezig.

Dan gaat je date naar het toilet.
En daar is-ie. Binnen drie seconden.

Telefoon omdraaien. Ontgrendelen. WhatsApp. Instagram. Mail.
Even kijken wie je story bekeken heeft. Nog snel een bericht beantwoorden.
Misschien zelfs Tinder even openen terwijl de persoon met wie je op Tinder
hebt afgesproken drie meter verderop staat te plassen.

Je hebt tenslotte twee minuten.
Die moeten wel efficiënt worden gevuld.

Stel je voor dat je gewoon alleen aan een tafel zou zitten.
Zonder afleiding.

Misschien zou je iets voelen.

Het ligt aan je handy.

We geven datingapps graag de schuld.

De algoritmes deugen niet. Mensen zijn oppervlakkig. Iedereen swipet.
Niemand wil zich meer binden. Er zijn alleen maar nepprofielen.
Mannen willen dit. Vrouwen willen dat. De leuke zijn bezet.
De beschikbare zijn niet leuk en degene die jij leuk vindt
heeft kennelijk sinds dinsdag bindingsangst.

Kan allemaal.

Maar misschien ligt het probleem niet alleen ín je telefoon.
Misschien is het probleem vooral dat dat ding voortdurend
tussen jou en de wereld staat.

Je zegt dat je contact zoekt terwijl je ieder vrij moment onmiddellijk
vult met een scherm. Je zegt dat je iemand wilt ontmoeten terwijl je
door een café loopt zonder één mens aan te kijken.
Je zegt dat je verlangt naar verbinding terwijl je telefoon
zelfs tijdens een gesprek binnen handbereik moet liggen.

En vervolgens vragen we ons af waarom contact maken
zo moeilijk geworden is.

Contact begint met een risico.

Je moet iemand aankijken. Misschien iets zeggen.
En daarna weet je niet wat er gebeurt.

Geen profiel. Geen bio. Geen foto’s van vakanties uit 2024.
Geen gemeenschappelijke interesses die alvast voor je zijn uitgerekend.
Geen knop waarmee je eerst even kunt onderzoeken of die persoon
voldoende sociaal bewijs heeft verzameld om aangesproken te mogen worden.

Gewoon: ‘Hoi.’

Doodeng.

Die ander kan namelijk ook ‘Hoi.’ zeggen.

En dan heb je ineens een gesprek.
Zonder chatgeschiedenis.

En dan blijkt je telefoon niet het hele verhaal.

Dat zou natuurlijk te gemakkelijk zijn.

Je iPhone heeft je niet bevolen hem om de haverklap vast te pakken.
Instagram stormt niet ’s avonds je woonkamer binnen.
Tinder bindt je duim niet vast aan het scherm.

Tegelijkertijd maken die apps wegleggen ook niet bepaald makkelijker.
Een melding. Een rood bolletje. Weer iets nieuws.
Aan uitnodigingen om te blijven kijken geen gebrek.

Maar dan blijft er nog steeds iets interessants over om te onderzoeken:
wanneer grijp jij ernaar?

Wat hoef je even niet te voelen wanneer je scrolt?
Wat hoef je niet te riskeren wanneer je naar beneden kijkt?
Wat gebeurt er wanneer je alleen bent zonder afleiding?
En wat gebeurt er wanneer iemand werkelijk dichtbij komt?

Daar begint IK.

Niet met de zoveelste cursus Hoe vind ik de ideale partner?
Geen lijstje met tien openingszinnen.
Geen optimalisatie van je datingprofiel.
En ik ga je al helemaal niet leren welke foto ervoor zorgt
dat je vaker naar rechts wordt geswipet.

We gaan eerst eens kijken
wie degene is die überhaupt die relatie zoekt.

Wat neem jij mee? Wat verwacht je? Waar loop je voor weg?
Wie kies je steeds? Wie kies je vooral níét?
Wat gebeurt er wanneer iemand je werkelijk ziet?

En waarom is een apparaat van 15 centimeter soms veiliger
dan een mens op 80 centimeter afstand?

Misschien moet je voor een relatie dus niet nóg een app installeren.
Misschien moet je er eens eentje sluiten.

IK. — voor singles.

Leg je telefoon maar even weg.
Je hoeft hem niet uit te zetten.

Laten we niet meteen traumatisch beginnen.

Een smartphone met wit bestek op een oranje ondergrond.
Je vaste tafelgenoot.

Foto: Rohit Sharma / Pexels.