Skip to content
ZEGNOOITNOOIT. / VERHALEN EEN ANDER PERSPECTIEF.
VERHALEN DIE SCHUREN

STA JE ER ZELF OOK ACHTER?

Een podium vol mensen die instemmend knikken. Maar wie staat er eigenlijk achter zichzelf? Over geleend gezag, professioneel meedeinen en ergens voor durven staan wanneer niemand voor je applaudisseert.

LEES HET VERHAAL

Het is tegenwoordig nauwelijks nog mogelijk om in Amerika iets belangrijks te vertellen zonder dat er achter je minstens twaalf mensen staan. Een president kondigt iets aan: podium vol. Een gouverneur heeft een plan: podium vol. Een politiecommandant geeft een persconferentie: podium vol. Alsof de boodschap bij voorbaat zo gammel is dat er aan de achterkant menselijke stutpalen nodig zijn om hem overeind te houden.

En daar staan ze dan. Keurig gerangschikt. De hotemetoten vlak naast de spreker, de iets minder belangrijke hotemetoten een halve meter naar achteren en op rij drie nog wat mensen van wie niemand precies weet wie ze zijn, maar die kennelijk belangrijk genoeg waren om die ochtend een pak aan te trekken. Zodra de spreker iets zegt waar we het allemaal mee eens behoren te zijn, begint het ritueel. Knik. Knik. Ernstig gezicht. Nog een knik. Eventueel een bescheiden glimlach. Bij de echt belangrijke zin mag er zelfs even instemmend naar elkaar gekeken worden. Kijk ons hier eens collectief achter staan.

Bij verkiezingen wordt het nog mooier. De partij wint en binnen drie minuten staat het hele podium vol met partijleden, echtgenoten, medewerkers, campagneleiders, lokale voorzitters en iemand die waarschijnlijk toevallig langs de coulissen liep. Er wordt geklapt. Gejuicht. Omhelsd. Op commando uiteraard, want de camera draait. De winnaar staat vooraan met beide armen in de lucht en daarachter staat de rest zichtbaar te bewijzen dat ze allemaal onderdeel zijn van het succes.

Prachtig.

Maar wacht eens.

Staan al die mensen eigenlijk ook achter zichzelf?

Dat is namelijk een veel interessantere vraag. Het is bijzonder gemakkelijk om achter iemand anders op een podium te gaan staan. Letterlijk zelfs. Je hoeft alleen maar op tijd aanwezig te zijn, je beste jasje aan te trekken en te weten wanneer je moet knikken. Je leent het podium van degene vóór je en krijgt gratis een beetje van diens licht mee. Camera erop, foto in de krant en thuis kun je zeggen: “Kijk, daar sta ik.”

Ja.

Achter iemand.

En dat is misschien wel de meest onderschatte positie van deze tijd. We willen allemaal zichtbaar zijn, maar liefst zonder zelf helemaal vooraan te hoeven staan. Want vooraan moet je iets zeggen. Voor iets staan. Een positie innemen. Het risico lopen dat iemand vraagt: waarom eigenlijk? Achter iemand hoef je alleen maar overtuigend te kijken alsof jij het antwoord al jaren kent.

Neem die politiecommandant. Hij heeft iets belangrijks te melden en kennelijk kan dat onmogelijk met alleen een microfoon. Links een adjunct. Rechts een burgemeester. Daarachter drie officieren, twee rechercheurs en ergens op de tweede rij een agent die waarschijnlijk vijf minuten geleden nog het verkeer stond te regelen en nu ineens onderdeel is geworden van het institutionele decor.

De commandant spreekt.

De rest kijkt.

De commandant zegt dat er “absolutely no tolerance” zal zijn.

Knik.

Dat “the community deserves answers.”

Knik.

Dat “every available resource” wordt ingezet.

Nog meer geknik.

Je vraagt je bijna af wat er zou gebeuren wanneer iemand achter hem ineens níét knikt. Gewoon één brigadier die halverwege denkt: nou, daar ben ik het eigenlijk helemaal niet mee eens.

Dát zou televisie zijn.

Maar dat gebeurt niet. Want het podium is geen plek waar individualiteit zichtbaar wordt. Het is juist de plek waar iedereen moet aantonen dat hij keurig onderdeel is van het geheel. De menselijke versie van een bedrijfslogo op een perswand.

En precies daar wordt het voor leadership interessant.

Want leiderschap is niet achter iemand gaan staan die al een podium heeft.

Leiderschap begint wanneer jij bereid bent zelf ergens voor te gaan staan.

Zonder twintig mensen achter je. Zonder applausmachine. Zonder iemand links van je die alvast begint te knikken voordat je zin af is. Zonder geleend gezag, geleende overtuiging of geleend licht.

Gewoon jij.

Met een standpunt.

En de bereidheid om daarvoor verantwoordelijkheid te nemen wanneer de zaal níét applaudisseert.

Dat is aanzienlijk minder comfortabel. Want dan ontdek je ineens of je werkelijk ergens voor staat of alleen heel goed hebt geleerd achter iemand te staan die ergens voor staat.

Hetzelfde zie je trouwens dagelijks buiten de politiek. In organisaties. Managementteams. Besturen. Commissies. Mensen die tijdens een vergadering enthousiast instemmen met de directeur en vijf minuten later bij de koffieautomaat vertellen wat ze er werkelijk van vinden. Mensen met Leadership in hun LinkedIn-titel die vooral buitengewoon bekwaam zijn geworden in het herkennen van de richting waarin de hoogste baas knikt.

Dat is geen leiderschap.

Dat is professioneel meedeinen.

Misschien moeten we daarom bij leiderschap eens ophouden met praten over charisma, visie, executive presence en andere woorden waarmee je voor veel geld een PowerPoint kunt vullen.

Begin eens eenvoudiger.

Durf jij ergens alleen te staan?

Niet eenzaam. Alleen.

Zonder bevestiging. Zonder applaus. Zonder geleend podium. Zonder de zekerheid dat de mensen achter je op precies het juiste moment beginnen te klappen.

En misschien nog belangrijker:

sta je eigenlijk wel achter degene die daar staat?

Jezelf dus.

Want voordat je anderen gaat leiden, lijkt me dat toch een vrij aardige persoon om eens mee kennis te maken.

LEADERSHIP.

Het podium krijg je niet. Dat bouw je zelf.