Justice! Maar voor wie eigenlijk….?
Gerechtigheid. VOOR WIE EIGENLIJK? Weski. Moszkowicz. Roethof. Kasem. Vier advocaten, vier verhalen en één interessante vraag: voor wie vechten ze eigenlijk? Voor hun cliënt, uiteraard. Maar wat als er achter die toga nog een heel familiesysteem staat te wachten op erkenning, gelijk of gerechtigheid? Misschien zou één familieopstelling de Nederlandse advocatuur meer inzicht geven dan een complete rechtenstudie. Want wie zijn eigen verleden niet kent, loopt het risico andermans rechtszaak te gebruiken om een oude rekening te vereffenen. De rechter is je vader niet. En de rechtbank geen plek om je familiegeschiedenis recht te zetten.
GERECHTIGHEID. VOOR WIE EIGENLIJK?
Over advocaten, familieloyaliteit en de merkwaardige gewoonte om andermans gelijk te bevechten terwijl je je eigen verleden meesleept.
Weski. Moszkowicz. Roethof. Kasem.
Vier namen. Vier verschillende verhalen. Vier mensen die hun weg vonden naar een beroep waarin gerechtigheid, onrecht, schuld en onschuld dagelijks over tafel vliegen. Bij voorkeur met een zwart gewaad aan, een indrukwekkend dossier onder de arm en een uurtarief waarvan de gemiddelde verdachte spontaan opnieuw zou gaan zitten.
De advocatuur.
Een schitterend beroep. Je mag namens een ander verontwaardigd zijn, je kunt er je gelijk bevechten en je krijgt zelfs betaald om iemand tegen te spreken.
Maar er is iets wat mij aan bepaalde advocaten al jaren fascineert.
Voor wie staan ze daar eigenlijk?
Voor hun cliënt? Natuurlijk. Dat is hun werk.
Maar zou het kunnen dat sommigen ondertussen nog een heel andere zaak proberen te winnen?
Een zaak die nooit bij de rechtbank is ingediend.
Een zaak die misschien al speelde voordat ze überhaupt geboren waren.
Welkom in de wereld van systemisch werk. Waar niet iedere strijd begint op de plek waar hij wordt uitgevochten.
DE RECHTBANK ALS FAMILIEOPSTELLING.
Stel je eens voor.
Een rechtbank. De rechter zit klaar. De officier van justitie bladert door het dossier. De verdachte kijkt alsof hij zijn eigen naam voor het eerst hoort en de advocaat maakt zich op voor een indrukwekkend betoog over rechtvaardigheid.
Maar achter die advocaat staan, figuurlijk gesproken, nog een paar mensen.
Zijn vader. Zijn moeder. Zijn grootouders. Misschien iemand die ooit buitengesloten werd. Iemand die onrecht werd aangedaan. Iemand die nooit werd gehoord, nooit erkenning kreeg of in de familiegeschiedenis inmiddels zo zorgvuldig is weggemoffeld dat zelfs het familiealbum er geen melding meer van maakt.
Niet omdat we weten dat dit bij een bepaalde advocaat zo is. Dat weten we niet.
Maar omdat het vanuit systemisch perspectief een interessante vraag is: hoeveel van onze professionele gedrevenheid komt werkelijk voort uit het heden, en hoeveel nemen we ongemerkt mee uit onze geschiedenis?
De cliënt zoekt gerechtigheid. De advocaat misschien ook. Alleen niet noodzakelijk voor dezelfde persoon.
En daar wordt het interessant.
WESKI. ALS DE VERDEDIGER ZELF VERDACHTE WORDT.
Neem Inez Weski. Decennialang een bekende strafrechtadvocaat. Een vrouw die haar weg kende in de ingewikkeldste strafzaken en vervolgens zelf in de beklaagdenbank belandde.
In mei 2026 werd ze veroordeeld voor deelname aan de criminele organisatie van haar voormalige cliënt Ridouan Taghi. De rechtbank legde 42 dagen gevangenisstraf op, gelijk aan haar voorarrest. Weski heeft de beschuldigingen bestreden.
Dat zijn de juridische feiten.
Maar voor mij begint daar een andere vraag.
Wat gebeurt er wanneer iemand die zijn professionele bestaan heeft ingericht rond het verdedigen van anderen uiteindelijk zelf verdedigd moet worden?
Wanneer degene die jarenlang namens anderen sprak, ineens zelf onderwerp wordt van rechterlijke beoordeling?
Dat moet een merkwaardige positiewisseling zijn. Van degene die het woord voert naar degene over wie het woord wordt gevoerd.
Systemisch bekeken is niet de conclusie interessant dat iemand dus wel een onverwerkt familieverhaal móét hebben. Dat zou wel erg gemakkelijk zijn.
Interessanter is de vraag waar professionele loyaliteit eindigt en persoonlijke betrokkenheid begint.
Wanneer verdedig je iemand?
Wanneer raak je met iemand verstrikt?
En wanneer merk je dat onderscheid niet meer op?
Een advocaat mag alles uit de kast halen voor zijn cliënt. Behalve zichzelf erin kwijtraken.
MOSZKOWICZ. DE NAAM ALS FAMILIEBEDRIJF.
En dan Bram Moszkowicz.
Hier wordt het familieperspectief bijna vanzelf opgediend.
De naam Moszkowicz was immers niet zomaar een naam op een kantoordeur. Het was een advocatendynastie. Een familie waarin de toga bijna als erfstuk kon worden doorgegeven.
Een naam met geschiedenis. Reputatie. Verwachtingen.
Bram werd in 2013 definitief van het tableau geschrapt wegens schending van beroepsregels, waaronder kwesties rond contante betalingen, administratie en verplichtingen tegenover cliënten.
Een spectaculaire val voor iemand die jarenlang tot de bekendste strafpleiters van Nederland behoorde.
Maar laat de juridische dossiers even liggen.
Wat betekent het eigenlijk om op te groeien binnen een familie waarin een bepaald beroep zoveel betekenis heeft?
Wanneer is een beroep nog een eigen keuze?
En wanneer wordt het een manier om ergens bij te horen, iets voort te zetten of een bestaande familienaam hoog te houden?
Ik beweer niet dat ik de antwoorden ken voor Moszkowicz. Daarvoor zou ik zijn persoonlijke verhaal moeten kennen.
Maar de systemische vragen liggen voor het oprapen.
Van wie is de ambitie?
Van wie is de eer?
En vooral: hoeveel vrijheid heb je nog wanneer je niet alleen jezelf, maar ook een complete familienaam overeind probeert te houden?
Want een toga kun je na werktijd uittrekken.
Een familienaam doorgaans niet.
ROETHOF. VERDEDIGEN TOT JE ZELF VERDEDIGD MOET WORDEN.
Gerald Roethof kwam eveneens in een tuchtrechtelijke procedure terecht. In 2024 kreeg hij aanvankelijk een schorsing opgelegd wegens vermeend lekken van informatie.
Maar in januari 2025 vernietigde het Hof van Discipline die beslissing en verklaarde de klacht ongegrond.
Een niet onbelangrijk detail. Zeker wanneer we het over gerechtigheid hebben.
Want stel je voor dat je dagelijks anderen verdedigt en plotseling zelf tegen een beschuldiging moet opkomen die uiteindelijk niet bewezen blijkt.
Dan krijgt het begrip rechtvaardigheid ongetwijfeld een heel andere lading.
En ook hier stel ik een vraag die niets met schuld of onschuld te maken heeft.
Wat maakt dat iemand zich zo sterk aangetrokken voelt tot het verdedigen van mensen tegenover wie de samenleving vaak al een oordeel heeft gevormd?
Is dat uitsluitend beroepsmatige belangstelling?
Een bewuste keuze voor de rechtsstaat?
Of kan daar soms ook een persoonlijk verhaal onder liggen waarin niet gehoord worden, buitengesloten worden of moeten vechten voor erkenning een rol speelt?
Het antwoord kan voor iedere advocaat anders zijn.
Misschien is er helemaal geen verborgen familiedynamiek. Ook dat is een mogelijkheid.
Maar de vraag stellen lijkt me heel wat interessanter dan onmiddellijk doen alsof iedere beroepskeuze uitsluitend het resultaat is van een rationeel gesprek met een studieadviseur.
KASEM. DE REPUTATIE ALS BEKLAAGDE.
En dan Khalid Kasem.
Ooit advocaat, vervolgens televisiepresentator, en uiteindelijk zelf onderwerp van publicaties over vermeende omkoping.
Belangrijk daarbij: de Amsterdamse deken vond in 2024 geen aanwijzingen voor omkoping. Wel kreeg Kasem een waarschuwing wegens ongepaste uitlatingen tegenover een cliënt over een betaling.
Ook de Dienst Justitiële Inrichtingen vond geen aanwijzingen voor de beweerde omkoping.
En juist daarom is deze casus interessant.
Want wat gebeurt er met je wanneer je reputatie publiekelijk ter discussie komt te staan?
Wanneer mensen al een oordeel hebben gevormd voordat de onderzoeken zijn afgerond?
Hoeveel energie gaat er dan zitten in het herstellen van je naam?
En wanneer verandert het verdedigen van je professionele reputatie in het bevechten van iets dat veel dieper ligt?
Erkenning.
Gezien worden.
Niet ten onrechte veroordeeld willen worden.
Misschien wel een van de meest menselijke verlangens die er bestaan.
Maar ook hier geldt: zonder iemands persoonlijke geschiedenis te kennen, kun je niet zomaar concluderen welk familieverhaal daarachter schuilgaat.
Een systemische vraag is geen vonnis. En gelukkig maar.
EEN OPSTELLINKJE. EN DAAR GAAT DE TOGA.
Wat mij betreft zou iedere rechtenfaculteit een verplicht onderdeel mogen toevoegen aan de opleiding.
Geen extra college strafprocesrecht.
Geen cursus effectiever pleiten.
Maar één middag waarop toekomstige advocaten onderzoeken wat hen eigenlijk zo aantrekt in gelijk krijgen, onrecht bestrijden, conflicten uitvechten en anderen verdedigen.
Een systemische opstelling.
Niet om te bewijzen dat driekwart van de Nederlandse advocatuur psychologisch niet in orde is. Daar hebben we geen enkel bewijs voor.
Maar ik zou bijzonder nieuwsgierig zijn naar wat er zichtbaar wordt wanneer je een zaal vol advocaten vraagt:
Voor wie strijd je?
Tegen wie strijd je?
Wie moet jou eindelijk gelijk geven?
En van wie probeer je nog steeds erkenning te krijgen?
Ik vermoed dat er ongemakkelijke stiltes kunnen vallen.
Niet omdat iedere advocaat een onverwerkt trauma heeft, maar omdat ook advocaten mensen zijn.
En mensen nemen nu eenmaal hun geschiedenis mee naar hun werk.
Zelfs wanneer die geschiedenis niet op de rol staat.
GERECHTIGHEID. OF EEN OUDE REKENING?
Daar zit voor mij de kern.
Een advocaat heeft de professionele opdracht de belangen van zijn cliënt te behartigen, binnen de grenzen van het recht.
Dat is iets anders dan zijn eigen behoefte aan gerechtigheid bevredigen.
Want gerechtigheid kan ook een persoonlijk verlangen worden.
Een strijd die maar niet ophoudt.
Een behoefte om alsnog te bewijzen dat iemand ongelijk had.
Dat iemand onterecht werd behandeld.
Dat iemand eindelijk moet erkennen wat er ooit is gebeurd.
In systemisch werk kom je regelmatig tegen dat mensen zich verbonden voelen met lotgevallen uit hun familiegeschiedenis. Soms dragen ze overtuigingen, verantwoordelijkheden of strijdvragen mee die niet uitsluitend uit hun eigen leven lijken voort te komen.
Dat betekent niet dat iedere advocaat met een stevig pleidooi heimelijk zijn grootvader probeert te redden.
Maar het betekent wel dat zelfonderzoek bijzonder waardevol kan zijn.
Want zodra je je eigen geschiedenis niet meer kunt onderscheiden van het conflict waarvoor je bent ingehuurd, ontstaat er een merkwaardige situatie.
De cliënt denkt dat zijn zaak wordt behandeld.
Terwijl de advocaat misschien ook een andere strijd voert.
Eentje waarvoor nooit een opdrachtbevestiging is getekend.
DE RECHTER IS JE VADER NIET.
En misschien moeten we precies daar de vraag stellen die in menig advocatenkantoor vermoedelijk minder enthousiast wordt ontvangen dan een nieuwe cliënt met een uitstekend gevulde bankrekening.
Welk gelijk probeer jij eigenlijk nog te halen?
Van wie?
Bij wie?
En waarom?
Want een rechter is je vader niet.
Een officier van justitie is je moeder niet.
En de wederpartij is niet automatisch degene die ooit verantwoordelijk was voor het onrecht in jouw leven of familiegeschiedenis.
Toch kunnen mensen oude patronen opnieuw uitspelen in nieuwe situaties. Niet alleen advocaten. Ook leidinggevenden, ondernemers, politici, coaches en iedereen die beroepsmatig voortdurend conflicten aangaat.
Hoe groter de persoonlijke behoefte om te winnen, hoe belangrijker het wordt om te onderzoeken waar die behoefte vandaan komt.
Want een verloren rechtszaak is voor een cliënt al vervelend genoeg.
Daar hoeft de onopgeloste geschiedenis van zijn advocaat niet ook nog eens bovenop.
WAT HOORT ER NIET IN DE RECHTSZAAL?
Natuurlijk hoort gerechtigheid thuis in de rechtszaal. Daarvoor hebben we tenslotte een rechtsstaat.
Maar niet iedere persoonlijke zoektocht naar gerechtigheid hoort daar thuis.
Het onrecht van een cliënt vraagt om juridische deskundigheid, onafhankelijkheid en een zorgvuldige verdediging.
Het eventuele onrecht uit de geschiedenis van een advocaat vraagt om iets anders.
Zelfonderzoek.
Misschien een goed gesprek.
Misschien een systemische opstelling.
En vooral de bereidheid om onder ogen te zien dat je niet ieder oud gevecht kunt winnen door vandaag een nieuwe rechtszaak te voeren.
Dat is geen zwakte.
Integendeel.
Een advocaat die zijn eigen geschiedenis kent, kan juist vrijer zijn om de belangen van zijn cliënt te dienen.
Zonder verborgen agenda.
Zonder persoonlijke bewijsdrang.
Zonder de onweerstaanbare behoefte om van iedere rechtszitting een overwinning op het eigen verleden te maken.
Dus, beste advocaten van Nederland: voordat jullie de volgende keer de toga aantrekken en met indrukwekkende woorden gerechtigheid eisen, zou ik één ding willen voorstellen.
Kijk eerst eens wat je zelf allemaal meeneemt.
En vraag je af voor wie dat eigenlijk bestemd is.
Want misschien ligt de belangrijkste zaak van je carrière niet bij de rechtbank.
Maar thuis.
En voor die zaak heb je geen toga nodig. Alleen de moed om jezelf eens niet te verdedigen.
Zeg nooit nooit.
HERKOMST. — Wat je meedraagt, zonder het te weten.