Elke workshop begint met een stilte die niemand heeft gepland. Twaalf mensen in een ruimte, jassen nog half uit, iedereen wachtend tot iemand anders begint. Het duurt hooguit veertig seconden. Er gebeurt meer in die veertig seconden dan in het uur erna.
Niet opvullen
De reflex is om de stilte weg te praten. Een grapje, een rondje voorstellen, een programma dat wordt doorgenomen. Begrijpelijk, en bijna altijd zonde. Wie de stilte laat staan, laat de groep zelf ontdekken hoe zij klinkt.
Ik ben me gaan afvragen of mijn werk niet vooral bestaat uit het niet doen van dingen. Niet invullen. Niet gladstrijken. Niet meteen betekenis geven aan iets dat nog geen betekenis heeft.
Wat het oplevert
Groepen die hun eerste stilte hebben uitgezeten, praten de rest van de dag anders. Trager. Minder naar elkaar toe schrijvend. Er is iets afgesproken zonder dat iemand het heeft uitgesproken: we hoeven hier niet te presteren.
Dat is geen techniek. Het is een houding, en houdingen zijn moeilijker over te dragen dan oefeningen.